© Brandnetel 
 
 
Elk seizoen haar eigen groente en fruit 

In het voorjaar, als de bodem warm genoeg is, start de tuinder met het zaaien van de meeste groenten of met het uitplanten van zaailingen. Sommige groenten kunnen snel worden geoogst, andere hebben meer tijd nodig om uit te groeien.

In de lente verschijnen de eerste jonge groenten in de winkel. Asperges, worteltjes, rabarber, spinazie en sla zorgen voor een divers voorjaarsaanbod. Jonge plantjes bevatten weinig structuuropbouwende stoffen en moeten daarom koel worden bewaard en binnen niet al te lange tijd gegeten worden.

                                             

Het licht en de hogere temperaturen tijdens de
zomer brengen veel groente en fruit tot rijping. Een salade van verschillende soorten rauwkost past uitstekend bij het warmere weer. Er is een groot aanbod aan klassieke zomergroenten zoals bloemkool, sla, tuinbonen, broccoli, komkommer en boontjes. Ook wordt het langzaamaan tijd voor tomaten, paprika’s, aubergines en courgettes. Van oorsprong groeiden deze laatste groenten warmere streken. Ze horen daarom niet thuis in de koelkast maar moeten daarbuiten worden bewaard. Wat fruit betreft is de zomer natuurlijk dé maand voor zachtfruit. De aanvoer is groot en gevarieerd. U kunt bijvoorbeeld kiezen voor aardbeien, bessen, frambozen, meloenen, kersen, perziken en abrikozen.

 
                                                
 
In de herfst is er altijd een overvloed aan binnenlandse groenten. Het is de oogstmaand bij uitstek. Paddestoelen passen bij de herfst. In dit jaargetijde is de vraag naar champignons dan ook groter dan in andere jaargetijden. Ook is het tijd voor witlof en noten. Pompoenen groeien in de herfst als kool en vliegen dan als broodjes over de toonbank. Appels en peren vallen van de bomen. Voor druiven is de herfst de beste tijd, zij smaken dan heerlijk!
 
                                                
                                                
                                                                                                                                             
De typische wintergroenten in Nederland zijn spruiten, peen en boerenkool. Tijdens de koude dagen smaakt een stampot op basis van deze traditionele groenten goed. Ook citrusvruchten horen bij de winter. Dat komt goed uit, want met de koude is wat extra vitamine C niet overbodig.